Dankzij het water is Nederland wat het nu is: Een internationaal georiënteerd land met belangrijke zeehavens en een strategische ligging aan de delta van grote Europese rivieren. Er is echter ook een keerzijde: Nederland ligt voor een belangrijk deel onder de zeespiegel. Zonder rivierdijken en zeeweringen zou ons land voor de helft onder water komen te staan. Amersfoort zou aan zee komen te liggen! Om dit te voorkomen zijn in Nederland lang geleden waterschappen opgericht. Deze organisaties hebben als belangrijk kenmerk dat ze de zelf belastingen mogen heffen. Anders bestaat het gevaar dat het budget voor water wordt besteed aan andere zaken. Daarom is een doelheffing ingesteld voor drie kerntaken, te weten:
Waterschappen houden zich niet bezig met drinkwater. Daar zijn aparte bedrijven voor. Waar waterschappen wel mee te maken hebben is:
Een belangrijk uitgangspunt voor waterschappen is de bekende trits: Belang-betaling-zeggenschap. Dat houdt in dat de waterschappen worden bestuurd door degenen die er belang bij hebben en er aan meebetalen. Op dit moment zijn dat 4 groepen, te weten:
Sinds eind 2008 worden de ingezetenen gekozen via rechtstreeks verkiezingen, vergelijkbaar met die voor gemeenten, Provinciale Staten en Tweede kamer. De eerste verkiezingen eind 2008 waren geen groot succes vanwege de lage opkomst en het relatief hoge aantal ongeldige stemmen. Sindsdien is hier discussie over om herhaling te voorkomen. Een van de alternatieven is het indirect verkiezen, zoals nu bij de Eerste Kamer gebeurt die door de Provinciale Staten worden verkozen. Dat zou dan door de gemeenteraden kunnen gebeuren.
Sinds het ontstaan van de waterschappen in de Middeleeuwen is er een voortdurende opschaling geweest. Van de ca. 2.500 waterschappen van toen zijn er nu nog maar 25 waterschappen over. De bestuurlijke grenzen van Waterschappen volgen veelal de stroomgebieden van de rivieren die hier in liggen en vallen geenszins samen met die van provincies.
De beide provincies Utrecht en Gelderland zijn de toezichthouders op de waterschappen Vallei en Eem en Veluwe. Er ligt op dit moment een voornemen van Vallei en Eem om te fuseren met het waterschap Veluwe. De genoemde provincies moeten hiervoor toestemming geven en een procedure organiseren om de fusie wettelijk te verankeren.
De VVD is hier onder voorwaarden akkoord met de fusie omdat schaalvergroting nodig is om als waterschap meer slagkracht te krijgen en als waterautoriteit te kunnen optreden.De provincies Utrecht en Gelderland werken inmiddels mee, na zich hier eerst tegen te hebben verzet. De provincie Gelderland zal dit nu verder gaan oppakken omdat het grootste deel van het gefuseerde waterschap op Gelders grondgebied zal liggen. Gelderland heeft hier ervaring met de eerdere fusie in Rivierenland.
In het Regeerakkoord van het Kabinet is opgenomen dat er een Nationaal Bestuurs Akkoord Water wordt afgesloten. Hierin zullen de waterschappen taken van het rijk en de provincies gaan overnemen. Dit betreft het Hoogwaterbeschermingsprogramma van het Rijk en de muskusrattenbestrijding van de provincies. Hier zijn wel extra kosten aan verbonden. Deze moeten worden bestreden uit extra inkomsten die de waterschappen halen uit het optimaliseren van de genoemde waterketen, d.w.z. een projectmatige aanpak van de verwerking van afvalwater van de toiletpot tot aan de zuiveringen. Dit vraagt om een intensievere samenwerking tussen gemeenten en waterschappen.
De verkiezingen worden per 2014 indirect via de gemeenten gehouden op een wijze die vergelijkbaar is met de Provinciale Staten die nu de Eerste Kamer ook indirect kiezen.