Nieuwsbrief



VVD tegen gedwongen plaatsing windmolens, 09/02/08

28 mei 2009

Persbericht
9 februari 2008
VVD tegen gedwongen plaatsing windmolens

Steeds meer bewoners van gemeenten, waaronder Arnhem, Hattem, Bronckhorst, Beuningen en Buren verzetten zich tegen de gedwongen plaatsing van windmolens op het grondgebied van hun gemeenten.

Desondanks drijft gedeputeerde Annelies van der Kolk, bestuurlijk verantwoordelijk voor het energie- en klimaatbeleid van de provincie, haar zin door. Met behulp van een nieuw ruimtelijk ordeningsinstrument, het zogenaamde inpassingsplan, wil zij ongehoorzame gemeenten op de knieën krijgen.

De VVD-fractie in de Provinciale Staten verzet zich tegen deze machtspolitiek.
VVD Statenlid Kees Hoogervorst: "Als gemeenten windmolens willen dan is dat prima. Maar gemeenten dwingen, daarvoor is de maatschappelijke winst van windenergie te dubieus. Het zet nauwelijks zoden aan de dijk als het gaat om elektriciteitsvoorziening en reductie van CO2, terwijl het leefklimaat vaak aanzienlijk wordt aangetast."

Over de onaanvaardbare "walk-over" van de gedeputeerde, voelt de VVD, Gedeputeerde Staten flink aan de tand door het stellen van de onderstaande schriftelijke vragen.
In afwachting van de antwoorden, bezint de VVD Statenfractie zich op vervolgstappen.

.-.-.-.-.-.-.

Noot voor de redactie:
Voor meer informatie, kunt u contact opnemen met VVD Statenlid Kees Hoogervorst, op het nummer 06-52513794 of via de mail: c.hoogervorst@ps.gelderland.nl

 

Schriftelijke vragen (art. 42 RvO)

aan de voorzitter van Provinciale Staten van Gelderland

datum: 6 februari 2008
Indiener(s): Kees Hoogervorst, VVD Statenfractie
Onderwerp: Het beleid van de provincie Gelderland inzake windenergie

Inleiding
Op vragen van de gemeente Hattem over de eventuele vervolgstappen van de provincie als de meerderheid van de Raad in Hattem het plan voor windturbinepark Hattem Oldebroek afwijst,
schrijft het College van GS op 3 december 2007:
"als gemeenten niet uiterlijk op 1 juli 2008 een aanvang maken met de planologische procedure
of daartoe een voorbereidingsbesluit nemen dan gaat de voorkeur uit naar actief ingrijpen van de provincie middels een inpassingsplan. Dit geldt met name regionale voorkeurslokaties waar initiatiefnemers met grondposities een plan hebben ingediend. De aanleiding voor dergelijk actief ingrijpen is groter naarmate de locaties een aanzienlijk vermogen kunnen herbergen en gemeentegrensoverschrijdend zijn"
Ik heb naar aanleiding hiervan de volgende vragen:

De onderstaande vragen zijn gericht aan Gedeputeerde Staten. Verzocht wordt de vragen te beantwoorden.

Vragen:
1) Bij welke van de 19 lokaties in de provincie Gelderland wilt u het instrument van inpassingsplan hanteren als gemeenten niet bereid zijn hiervoor de noodzakelijke maatregelen te treffen?
2) Bij welke van deze 19 lokaties is op dit moment de geschiktheid voor windenergie zo omstreden dat gemeentelijke medewerking twijfelachtig is dan wel uitblijft of dat juridische bezwaren van derden zijn ingediend? Welke bezwaren neemt u serieus en wat betekent dat voor uw lokatiebeleid?
3) Welk aandeel zal de door u gewenste windenergie van 100 MW in 2011 bij benadering bijdragen aan de totale electriciteitsvoorziening in Gelderland en aan de reductie van CO2-uitstoot in Gelderland?
4) Vindt u dat deze bijdragen het algemeen belang zo zwaarwegend maken dat inpassingsplannen op specifieke lokaties gerechtvaardigd zijn? Welke argumenten heeft u hiervoor? Is uw inschatting dat deze argumenten juridisch zwaar genoeg zijn om eventuele juridische procedures in uw voordeel te kunnen beslechten? Waarop is deze inschatting gebaseerd?

Kees Hoogervorst
VVD Statenlid