Oproep deregulering Europa en Eerste Kamer
Op 22 april 2009 waren we als Gelderse Statenleden te gast bij de Eerste Kamer en daar hebben we gesproken over deregulering.
Als wij het hebben over deregulering, moeten wij vaststellen dat grote projecten door de vele regels nu heel veel vertraging oplopen. De kosten nemen enorm toe en er is sprake van veel frustraties; dit verschijnsel zal u allen bekend voorkomen. Er is echter wel hoop!
Bestuurlijke lus
Zo komt de bestuurlijke lus eraan, waarbij het straks mogelijk is om allerlei nodeloze vertraging te voorkomen. Als er een fout is gemaakt -- en ongetwijfeld is er altijd wel iemand die er een weet te vinden -- dan kan die gedurende de rit worden hersteld.
Met name de mobiliteit is op dit moment een groot probleem in Nederland en de bestuurlijke lus zal op dit punt een aanzienlijke versnelling betekenen voor het oplossen daarvan.
Straks één loket, één procedure en één besluit
Verder noem ik de invoering van de Wabo (Omgevingsvergunning en Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) Wie nu een huis, een fabriek of een schuur wil bouwen heeft allerlei vergunningen nodig en moet aan allerlei voorschriften voldoen op het gebied van wonen, ruimte en milieu, met elk eigen criteria, procedures en allerlei ambtelijke loketten. Verder krijgt men te maken met afhandelingstermijnen, leges en toezichthouders. Dat kost burgers en bedrijven heel veel tijd en geld. De verwachting is dat het ministerie van VROM, door de verschillende vergunningen samen te voegen in de omgevingsvergunning, een belangrijke stap voorwaarts gaat zetten. Er is straks één loket, één procedure en één besluit. Tegen dat besluit kan maar éénmalig beroep worden ingesteld. Dat lijkt mij een enorme verbetering in het geheel.
Daarnaast zijn er enkele loketten geopend waar u meer informatie over deze materie vindt: www.antwoordvoorbedrijven.nl en www.mijnoverheid.nl.
Duurzaam ondernemen is goed maar niet makkelijk
Dan duurzaam ondernemen. Wij dragen dat allemaal een warm hart toe. Een bedrijf dat duurzaam wil gaan ondernemen, komt veel problemen tegen. Ik neem als voorbeeld een bedrijventerrein in Duiven. Afgesproken is dat bedrijven zich daar alleen vestigen als zij ook een bijdrage leveren aan duurzaamheid. Behalve duurzaam bouwen betekent dit dat zij ook toegevoegde waarde leveren. Afvalstoffen van het ene bedrijf worden dan bijvoorbeeld gebruikt als grondstof of hulpstof door een ander bedrijf. Er wordt dan gekozen voor combinaties van energiestromen, grondstoffen, afvalstoffen en afvalwater, die op een hoogwaardige wijze worden ingezet.
Zo zit er bijvoorbeeld een afvalverwerker die restwarmte kan benutten. Een ander voorbeeld betreft vliegassen die de afvalverwerker kan doorgeven, zodat die kunnen worden gebruikt als cementvervanger in de betoncentrale.
Andere vergunningen aanvragen door gewijzigde activiteit
Dit betekent echter dat een bestaand bedrijf allerlei vergunningen moet gaan hebben, omdat de grondstoffen wijzigen in de vorm van afvalstoffen. De betoncentrale is opeens afvalverwerker in plaats van betoncentrale. Dat is niet alleen schadelijk voor allerlei vergunningen die moeten worden opgesteld; het betekent ook dat de gemeente niet het bevoegd gezag is, maar de provincie. Dit houdt een opschaling in van het geheel.
Verder zijn er Europese richtlijnen op het gebied van afvalstoffen en is er een afgifteverbod voor afvalstoffen. De ontvanger moet allerlei opslagregelingen in acht nemen en verwerkings- en bewerkingsvergunningen aanvragen.
VVD wil goede afweging milieuwinst en onnodige investering tijd en energie
Daarnaast heeft het bedrijf ook nog eens een imagoprobleem. Het was een mooie cementfabriek, maar nu is het een afvalverwerker. Dat is niet wat je met duurzaamheidsbeleid beoogt. Wij moeten dus heel goed bezien of er sprake is van milieuwinst. Hoe kunnen wij realiseren dat innovatie verder vorm gaat krijgen?
Een bedrijf loopt tegen een berg van vergunningen aan, waardoor men zich afvraagt of men het eigenlijk wel moet gaan doen; zo veel energie die je niet in de bedrijfsvoering kunt stoppen, maar alleen in het verkrijgen van allerlei vergunningen.
Steeds meer juridisch advies over omgevingsrecht
De afgelopen tien jaar is het aantal juristen dat zijn geld verdient in de sfeer van het omgevingsrecht gestegen van 6000 naar 11.000. Als je dat gaat kapitaliseren, heb je het over vele miljarden. Ik gun uiteraard iedereen zijn boterham, en juristen zijn keihard nodig in een rechtsstaat. De vraag is alleen of de verdubbeling van het aantal juristen in tien jaar tijd heeft geleid tot een beter ingericht land, tot meer rechtsbescherming en tot meer genoegdoening van burgers.
Onduidelijkheid over meest recente wetenschap
Wij hebben onlangs de Natuurbeschermingswet aangepast in verband met Natura 2000. Het ging over het bestaand gebruik en over wat er straks mogelijk is in het landelijk gebied. In de wetsgeschiedenis ligt vast dat iets getoetst moet worden aan de meest recente wetenschappelijke inzichten. Ik geloof zelfs dat het in de wet zelf staat. Daarbij zie ik de grootst mogelijke problemen ontstaan. Ecologie is een uiterst jonge wetenschap. Ik zie de wetenschappers elkaar de tent uitvechten, in de trant van: wie weet nu het beste wat de beste wetenschappelijke inzichten zijn? Wat moet de rechter daarmee, en wij als bestuurder?
Regelgeving Natura 2000 bijt uitbreiding wegennet
Als ik kijk naar wat er de laatste tijd allemaal is langs gekomen in de Provinciale Staten van Gelderland, dan kan ik mij inderdaad voorstellen dat de uitwerking van Natura 2000 met de discussie die over bestaand gebruik is gevoerd, de uitbreiding van de rijkswegen bijt, omdat de Spoedwet wegverbreding nieuw leven is ingeblazen. Je zou zeggen dat de A12 niet breder kan, omdat er een paar goudfazanten langs de berm zitten die dat vervelend vinden en daardoor significant verstoord raken.
Nederland beste jongetje van de Europese klas
Voor wat Europa betreft heb ik het gevoel dat wij Europese wetgeving een tandje sterker vertalen in onze Nederlandse omgeving. Ik geef een simpel voorbeeld. De Nederlandse regelgeving op het gebied van de garantie voor consumptiegoederen wijkt sterk af ten opzichte van Europa. In Europa is er een verplichte garantietermijn van twee jaar na afgifte van de goederen. In Nederland heeft men helemaal geen vervaltermijn. Voor levende have of consumptiegoederen betekent dit dat je afwijkend gedrag hebt in Nederland ten opzichte van Europa. Als wij kijken of wij dat onnodige tandje extra, eraf kunnen halen, denk ik dat wij een stap in de goede richting kunnen zetten.
Heel vaak wordt naar Brussel verwezen, terwijl het terecht zou zijn om eens goed te kijken naar de voorfase, dat wil zeggen de aansturing van Brusselse regelgeving, en naar de implementatie daarvan. Wij zijn vaak roomser dan de paus. We verzoeken de Eerste Kamer de Europese regelgeving te toetsen. We moeten ervoor waken telkens bovenop de Europese richtlijnen een extra kop te willen zetten.
Europa moet regelgeving beperken
Ook moet de Europese Unie erop letten zich niet met teveel onderwerpen te bemoeien waar zij geen meerwaarde hebben. Zo moet de EU geen regels maken om overgewicht te bestrijden. Een Nederlander eet nu eenmaal anders dan een Griek.
.-.-.-.-.-.-.-.-.-.-
Wilt u reageren op dit artikel, neem dan contact op met VVD Statenlid Anja Prins, op het nummer 06-52290109 of via de mail: anja.prins@wxs.nl.